Een
landgoed is van oudsher cultuurgrond en boerderijen
Een landgoed bestaat van oorsprong uit akkers en boerderijen. De akkers
lagen op hoger gelegen zandkoppen en werden door eeuwenlange bemesting
uit de potstal (hei met uitwerpselen van het vee) nog hoger. Ze zijn nu
nog goed te herkennen en worden kampen, essen of enken genoemd. Aan de
rand van de kamp stonden de boerderijen.
Marken en gemeenschappelijke gronden
Het vee werd geweid op de gemeenschappelijke gronden in de Marken. In
de eerste helft van de 19e eeuw werden de Marken opgeheven, en de gemeenschappelijke,
veelal natte en moerasachtige gronden verdeeld. Napoleon voerde gemeenten
in, deze namen het onderhoud van wegen en watergangen van de Marken over.
De verdeelde gronden werden ontgonnen en werden weiden voor het vee. Bij
landgoederen werd een deel van de laag gelegen gronden ingeplant met bomen.
In de loop van de 20e eeuw werd bosbouw minder rendabel. Het bosonderhoud
werd minder intensief en de natuur kreeg volop kans zich te ontwikkelen.
Landgoed Frieswijk: cultuur en natuur gaan hand in hand
Landbouw, bossen en natuur zijn nog steeds met elkaar verweven
op landgoed Frieswijk. Juist deze combinatie is karakteristiek voor het
landgoed en zorgt voor een grote afwisseling tussen open gebieden en de
meer besloten bossen. Ook de Engelse landschapsstijl die in de 19e eeuw
op het landgoed is aangelegd is nog goed te herkennen in vloeiende lijnen
en verrassende doorkijkjes. De laatste ontginningen voor cultuurgrond
vonden begin 20e eeuw plaats.
|
 |